Topografieproject zet Nederland op de kaart

    BGTweb
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door BGTweb 1509 dagen geleden
    Topografieproject zet Nederland op de kaart

    Een internationale prijs winnen voor iets waarmee je in de toekomst geld en mensuren gaat besparen, dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar dat is het niet. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), Kadaster, de NCG (Nederlandse Commissie voor Geodesie) en Geonovum kregen tijdens het Geospatial World Forum in Rotterdam, in de categorie ‘beleid’ de Geospatial World Policy Award, voor de voorbeeldige implementatie van geo-informatiebeleid.

    Die internationale prijs verdiende het viertal met een nieuw ontwikkelde standaard voor driedimensionale geo-informatie in Nederland. Nederland is het eerste land dat een dergelijke standaard vaststelt (het wetsvoorstel waaraan deze standaard is gekoppeld ligt overigens nog in de Tweede Kamer ter goedkeuring) en vervullen hierin een voortrekkersrol.

    Breed gebruik
    Namens IenM is Ruud van Rossem van het directoraat-generaal Ruimte en Water bij de standaard voor 3D betrokken. IenM deed mee in het prijswinnende project vanwege de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). In de BGT wordt de topografie van heel Nederland op een eenduidige wijze vastgelegd en beschikbaar gesteld voor alle gebruikers. Bijvoorbeeld voor overheden (als ondergrond voor bestemmingsplannen) en partijen als de beheerders van kabels en leidingen, die de kaarten gebruiken om hun ondergrondse netten op weer te geven. De inhoud van de BGT is vastgelegd in het Informatiemodel IMGEO, een datamodel dat aangeeft hoe objecten moeten worden aangeduid en weergegeven. IenM is verantwoordelijk voor deze basisregistratie.

    Schaduw
    Van Rossem: ‘De standaard is 2D - zeg maar ‘de platte kaart’ – al komt er steeds meer digitaal kaartmateriaal in 3D beschikbaar. Dat zijn ruimtelijke modellen waarmee je bijvoorbeeld de invloed van schaduwwerking van gebouwen in beeld kunt brengen. Ook voor 3D-weergave moest dus een standaard worden ontwikkeld, want in de toekomst gaat hier steeds meer mee gewerkt worden.’

    ‘Wild West’
    Dat dit alles zo voortvarend wordt opgepakt, heeft te maken met de opgedane ervaringen tijdens de totstandkoming van de grootschalige 2D-topografie. Die waren niet best. Van Rossem: ‘Het project bleek na een aantal jaren, we hebben het over de jaren ’80, al snel te duur. De centrale regie werd gestopt en allerlei betrokken partijen begonnen vanuit lokale initiatieven de kaarten te maken. Resultaat van die bottom-up benadering was een potpourri aan interpretaties, iedere regio had zijn eigen dialect. het was op zijn zachtst gezegd Wild West. Nu wordt via de basisregistratie alles toch weer centraal geregeld, maar inmiddels zijn we jaren verder, en er moeten behoorlijk wat kosten worden gemaakt om alles achteraf te standaardiseren.

    Brug slaan
    Ook in 3D-land was sprake van vele smaken, ieder met hun eigen aanhangers. Het 3D-project rekent af met dat verleden. IenM heeft de regie en met betrokkenheid van vele partijen is hard gewerkt aan één standaard voor 3D geo-informatie. Tot Van Rossems eigen, aangename verrassing vonden alle deelnemers elkaar bij dit project al snel. ‘In 2010 en 2011 vond – met steun van IenM, Kadaster, de NCG en Geonovum – een aantal pilots met 3D plaats. Dat leverde veel praktijkervaring op en ook een best practice. Er was namelijk een model voor 3D beschikbaar, dat een brug sloeg tussen de verschillende smaken.’

    Ei
    Het gaat om het in Duitsland ontwikkelde informatiemodel City-GML, dat verschillende ‘levels of detail’ kent. ‘Op het laagste niveau is er alleen een glooiend terreinmodel, op de hogere niveaus krijgen gebouwen steeds meer detail en op het hoogste niveau kun je ook in het gebouw rondlopen. Ik ben blij dat iedereen er zo enthousiast van werd. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat iedereen het nog wel een tijdje oneens zou blijven, maar het leek erop dat hier een soort ‘ei van Columbus’ op tafel was gekomen waar ieder zich wel in kon vinden. City-GML is een open standaard die internationaal wordt geaccepteerd.’

    Mooie erkenning
    Door nu al een standaard uit te rollen, bespaar je straks veel geld en mensuren – over de verschillen van inzicht maar te zwijgen. Van Rossem: ‘We hoeven straks de inhaalslag niet te maken, die voor het 2D-project wel noodzakelijk was. Ook in het buitenland is veel belangstelling voor ons project, die prijs zie ik als een mooie erkenning voor al het werk dat erin zit. Nederland heeft zich hiermee mooi op de kaart gezet.’