• Blogs
  • BGTweb
  • Ministerie van Economische Zaken: bronhouder van 45% van het Nederlandse grondgebied

Ministerie van Economische Zaken: bronhouder van 45% van het Nederlandse grondgebied

Ministerie van Economische Zaken: bronhouder van 45% van het Nederlandse grondgebied

Zo’n 45 procent van het Nederlandse grondgebied valt onder één bronhouder: het ministerie van Economische Zaken. De perceelsgegevens van bijna 2 miljoen hectare landbouwgrond maken op 1 januari 2016 deel uit van de BGT. Wat moet er voor die tijd nog gebeuren? Bert Huis weet daar alles van: vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (ontstaan uit de fusie van uitvoeringsdiensten AgentschapNL en Dienst Regelingen) is hij daar verantwoordelijk voor.

Half Nederland? Dat moet een gigantisch bestand zijn.
‘Dat klopt. Het Agrarisch Areaal Nederland (AAN) zoals dit bestand heet, bevat 500.000 objecten. Wij gebruiken dit bestand voor het toetsen van landbouw- en natuursubsidies en de uitvoering van het mestbeleid. Het voordeel is dat wij van oudsher al werken met object-gerichte bestanden. We hebben dus niet te maken met een transitie van lijnen naar vlakken, zoals gemeenten dat wel hebben. In die zin was het voor ons een kleine stap om het AAN klaar te stomen voor de BGT.’

Dus jullie zijn al helemaal klaar voor 1 januari 2016?
‘Nee, dat niet. Voor ons is het nu de uitdaging om de grenzen met onze bronhouderburen goed af te stemmen. Want die oppervlakte van 2 miljoen hectare is niet één groot aaneenge­sloten gebied. Het zijn allemaal kleine per­ceeltjes van gemiddeld 4 hectare, die begrensd worden door een sloot of weg. En die grens delen we bijna altijd met een andere bronhou­der: een provincie, gemeente of waterschap. Tot nu toe stemden we onze grenzen niet af met deze bronhouders. Daardoor wordt het nu veel preciezer.’

Wat komt daar allemaal bij kijken?
‘Allereerst moeten we weten wie alle afstem­mingsverschillen gaat uitzoeken en oplossen. Eerst was er sprake van dat het SVB-BGT dat zou doen, maar nu blijkt toch dat bronhouders daar zelf meer verantwoordelijk voor zijn. Die spanning moet opgelost worden. En er speelt nog meer: boeren zijn voor hun subsidies afhankelijk van de grootte van hun perceel. Als de grens van hun perceel op de kaart een klein beetje opschuift, zou het kunnen dat ze ineens minder subsidie krijgen of minder dieren kun­nen houden. In 2010 zijn we overgegaan van het oude bestand, de TOP10Vector, naar het huidige AAN. Dat zorgde toen voor enorm veel commotie onder de agrariërs. Want heel veel percelen bleken net iets kleiner uit te vallen. En nu zit er iets soortgelijks aan te komen met het vaststellen van die bronhoudersgrenzen. Dat is lastig uit te leggen.’

Levert de BGT desondanks voordelen voor jullie op?
‘Jazeker. Het AAN is een hoogwaardig bestand, dat aan alle strenge Europese kwaliteitseisen moet voldoen. Aansluiting bij de BGT betekent dat de kwaliteit van ons bestand alleen nog maar beter wordt. De fouten gaan eruit, zodat we straks allemaal met één digitale topogra­fische waarheid werken. Ook de individuele boer heeft daar uiteindelijk baat bij. In de precisielandbouw, voor zijn eigen bedrijfsma­nagementsysteem en voor zijn contacten met ons heeft hij met de BGT een unieke en altijd actuele referentiekaart.’