• Blogs
  • BGTweb
  • BGT Mythbusting: alle BGT misverstanden de wereld uit!

BGT Mythbusting: alle BGT misverstanden de wereld uit!

    BGTweb
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door BGTweb 965 dagen geleden

    Steeds meer mensen zijn bezig met de BGT. Ondertussen wordt er informatie verstrekt via vele kanalen. Iedereen die met de BGT te maken heeft praat onderling over de BGT en informatie en ervaringen worden gedeeld. Langzamerhand merken we dat er ondanks, of misschien wel dankzij al die informatie, over vele BGT-onderwerpen misverstanden zijn ontstaan. Deze misverstanden, ook wel de ‘mythes van de BGT’, willen we namens alle BGT-partners graag de wereld uit helpen en vertellen ‘hoe het wél zit’. Alle mythes over de BGT zullen we dan ook ‘busten’, via het zogenaamde ‘Mythbusting’. Eén voor één worden de BGT-mythes aangekaart met een uitgebreide toelichting en de juiste informatie en achtergronden.


     Mythe 13: "De Controleservice controleert op alles" 

    Dit is een misverstand. De Controleservice is een belangrijk instrument om te toetsen of BGT-leveringen voldoen aan de technische vereisten om uitwisselbaarheid van BGT-data te waarborgen. Toch merken we dat er soms het beeld bestaat de Controleservice op alles controleert en dat je na een geslaagde controle klaar bent. Een geslaagde controle is wel een randvoorwaarde voor goede verwerking, maar geen garantie dat aan alle inhoudelijke eisen van de BGT-standaard is voldaan.
    Wat is de rol, positie en functie van de Controleservice?

    De (LV BGT) Controleservice is een centrale ICT-voorziening van de BGT-keten die BGT/IMGeo gegevensverzamelingen controleert op basis van eisen die gesteld worden in de gegevenscatalogi BGT en IMGeo, de berichtenstandaard en onderliggende (geo/industrie-)standaarden. De Controleservice is er primair om de uitwisselbaarheid van data door de gehele keten te waarborgen. In beginsel controleert het daarom alleen op aspecten die daarvoor van belang zijn.

    Waar controleert de Controleservice wel en niet op?
    Het is feitelijk niet mogelijk om op alle, deels impliciete, inhoudelijke eisen van het informatiemodel te controleren. Waar de Controleservice op controleert is een (noodzakelijk) minimum en zeker geen maximum. Desondanks wordt er op veel gecontroleerd, voor een volledig overzicht hierover is het aan te raden het document ‘BGT toelichting controles’ te lezen.

    De Controleservice kan zelfstandig gebruikt worden door eenieder. Dezelfde controles worden ook gebruikt in de ‘toegangpoort’ van de Landelijke voorziening. In het laatste geval wordt er ook gecontroleerd op overlap met al geregistreerde vulling in de Landelijke Voorziening BGT.

    Wat zijn de plannen met de Controleservice voor 2016?
    De controles in de Controleservice worden steeds verder geoptimaliseerd, op basis van signalen en wensen uit het werkveld, leveranciers en ketenpartners. Dit doen we om de kans op uitwisselingsproblemen verder te reduceren, de doorlooptijd te beperken en de foutmeldingen specifieker en duidelijker te maken. Voor de 1e helft 2016 staan in ieder geval gepland:

    • Controle op gebruik van toegestane geometrietypes per objectsoort
    • Extra mogelijkheid om exacte locatie van foutmelding te downloaden in één GML
    • Controle op disconnected polygon patches

    Verder zal de Controleservice worden uitgebreid met een controle op gedeelde tussenpunten bij mutaties, dit om te voorkomen dat bij mutaties onbedoeld gaten of gaatjes kunnen worden getrokken. Deze controle zal in de loop van 2016 worden ingevoerd, als de transitie is afgerond. Meer hierover is te lezen in het artikel minuscule gaatjes, samen krijgen we ze klein uit de nieuwsbrief van november 2015.

    Waar moet ik op letten?
    Let er als bronhouder (bij uitbesteding) op dat in contracten met opdrachtnemers een aantoonbaar geslaagde controle wel randvoorwaardelijk is, maar geen uitputtende garantie is, zeker niet wat betreft inhoudelijke juistheid, actualiteit, volledigheid en afstemming met buurbronhouders. Deze aspecten moeten dus op een andere wijze worden geborgd in het opbouw- en afstemproces. Het SVB-BGT controleert op afstemming met andere bronhouders, het voldoen aan de assemblage-instructie en een beperkt aantal technisch-inhoudelijke aspecten. Vind hier meer informatie. 

    Meer weten?
    Op de BGT-pagina’s van het Kadaster is documentatie beschikbaar die meer vertellen over de functie en werking van de Controleservice:

    • Een gebruikershandleiding
    • Een document met nadere toelichting op welke controles worden uitgevoerd en hoe deze werken
    • Een document en presentatie met tips & trics over het gebruik van de Controleservice.
    • Verder zijn er release notes te vinden over doorgevoerde wijzigingen.

    We raden aan kennis te nemen van deze documentatie, om goed begrip te hebben over de Controleservice: zie hiervoor de website van het Kadaster. Verdere vragen en suggesties over de Controleservice kunt u terecht bij de BGT helpdesk van het Kadaster.


    Mythe 12: Afstemming is minder belangrijk als ik eerder in de LV zit dan mijn aangrenzende bronhouder 

    Dit is een misverstand. Afstemming van bronhoudergrenzen is een essentiële activiteit, ongeacht in welke fase van de transitie de aan u grenzende bronhouders zich bevinden. Heeft u overleg gehad met een buurbronhouder? Dan betekent dit nog niet dat er afstemming is. Afstemmen houdt in dat er concrete afspraken worden gemaakt met elkaar over hoe om te gaan met de bronhoudergrens, zodat bestanden in de Landelijke voorziening naadloos op elkaar aansluiten.

    Afstemming vraagt om overeenstemming

    Opbouwen en afstemmen gaan gelijk op met elkaar. Tijdens de opbouw krijgt u als bronhouder te maken met aangrenzende bronhouders. Zijn dit buurgemeenten of het waterschap, dan gaat u met elkaar om tafel om af te stemmen waar de grens ligt en welke bestanden leidend zijn qua actualiteit en nauwkeurigheid. Deze fase kunt u ook benutten om alvast afspraken te maken over de bijhouding van grensobjecten. Het is belangrijk om tot concrete afspraken te komen: zonder overeenstemming is er geen afstemming.

    Afstemmen met strokenbronhouders Mythe 12

    De bronhoudergrenzen van de strokenbronhouders RWS, prorail en defensie zijn gepubliceerd op Mett. De rakende bronhouders moeten conform de huidige assemblageregels exact aansluiten op de bronhoudergrenzen van strokenbronhouders.

    Indien een rakende bronhouder bij de opbouw van de BGT situaties tegenkomt die nadere afstemming behoeven kan het betreffende issue worden geplaatst in de kaartmodule op Mett. Denk hierbij aan actualiteitsverschillen of verschillen op objectniveau, denk hierbij niet aan kleine geometrische verschillen. In het laatste geval dient altijd te worden aangesloten op de geometrie van de strokenbronhouder. Na afhandeling van het issue in de kaartmodule met akkoord van de betreffende strokenbronhouder, kan de rakende bronhouder deze afspraak toepassen.

    Voor provincies geldt per provincie een andere situatie. Meestal is er sprake van een directe afstemmming tussen provincie en gemeente, in andere gevallen wordt er afgestemd via de kaartenmodule.

    Ik ben klaar om af te stemmen maar mijn buurbronhouder niet

    Lukt het u niet om contact te krijgen met een rakende bronhouder of ondervindt u andere problemen in de afstemming, neem dan contact op met uw transitieregisseur om af te spreken hoe hiermee om te gaan. Kaart afstemmingsissues altijd aan bij het SVB-BGT alvorens een initiële levering te doen. Een goede afstemming van grenzen voorkomt dat er assemblageproblemen ontstaan zodra rakende bronhouders hun bestanden gaan aanleveren. 

     



    Mythe 11: De deadline voor het voltooien van de transitie wordt wel uitgesteld

    Dit is een misverstand. Op 1 januari 2016 treedt de Wet BGT in werking. Vanaf dat moment dienen bronhouders hun deel van de BGT gereed te hebben en klaar te zijn om de kaart actueel te houden. Uitstel van de transitie naar de BGT is dus niet mogelijk. Er worden de komende tijd dan ook verschillende initiatieven ontplooid om alle bronhouders snel over de finish te krijgen.

    De wet komt eraan

    De BGT is bij wet geregeld. Hierin zijn de verplichtingen opgenomen waaraan de betrokkenen moeten voldoen. Op 1 januari 2016 treden de wettelijke verplichtingen van bronhouders in werking. Het jaar daarop zal ook het gebruik van de BGT binnen de overheid wettelijk verplicht worden gesteld. Het is daarom belangrijk om de transitie snel af te ronden en te starten met het proces van bijhouding. Op die manier weten gebruikers van de BGT, waaronder bronhouders zelf, zich straks verzekerd van een actuele kaart.

    Waar staan we nu?

    Om niet te ver uit de pas te lopen met de mijlpalenplanning zouden bronhouders uiterlijk het vierde kwartaal hun laatste deelgebied moeten aanleveren. Het Ministerie van IenM en het SVB-BGT verwachten, mede op basis van de enquête onder bronhouders van begin 2015, dat een groot aantal bronhouders tijdig zal voldoen aan de wettelijke verplichting. Toch weten we op basis van de huidige voortgang dat de transitie niet volledig zal zijn afgerond op 1 januari 2016. Naar schatting zal 40% van de BGT zijn voltooid en volgt de overige 60% begin 2016. 

    Cartoon oktober mijlpaal

    Voortgangsmeting

    Om vaart in de transitie te houden ontvangen alle bronhouders begin november een brief van het Ministerie van IenM over hun voortgang ten opzichte van de 1 oktober mijlpaal. In 2016 zal het Ministerie van IenM periodiek de voortgang bij bronhouders blijven monitoren. Bronhouders die onvoldoende voortgang laten zien en waarvan een ruime overschrijding van de 1 januari deadline wordt verwacht, zullen geïnformeerd worden over de mogelijke consequenties. In de voortgangsbrief van begin november zullen bronhouders die achterlopen op de mijlpalenplanning hierover nadere informatie ontvangen.

     

    Deelgebieden wel aangeleverd maar op 1 januari nog niet in de Landelijke Voorziening?

    Geen nood. Door de toeloop van initiële leveringen in het vierde kwartaal kan het zijn dat de wachttijd voor de verwerking van bestanden bij het SVB-BGT oploopt. Bij het monitoren van de voortgang zal hier uiteraard rekening mee worden gehouden. Primaire indicator voor het Ministerie van IenM bij het meten van de voortgang is het moment waarop een kwalitatief voldoende bestand is aangeboden bij het SVB-BGT.

    Ondersteuning van achterblijvers

    Mocht u als bronhouder een ernstige overschrijding van de 1 januari deadline verwachten, neem dan contact op met uw transitieregisseur bij het SVB-BGT. Uit eerdere ervaringen blijkt dat niet alleen het SVB-BGT, maar ook buurbronhouders die de transitie (bijna) hebben afgerond, ondersteuning kunnen bieden bij het voltooien van de transitie. Zo zijn er verschillende wijzen om, zo nodig met hulp van anderen, uw gebieden nog vóór 1 januari 2016 aan te bieden voor opname in de Landelijke Voorziening.


     

    Mythe 10: “Als ik op 1 oktober al mijn BGT-bestanden inlever bij het SVB-BGT worden deze direct verwerkt”

    Dit is een misverstand. Het SVB-BGT plant de verwerking van bestanden in op basis van de planningen uit de TMT. Geplande leveringen hebben daarbij altijd voorrang. Bestanden waarvan de leverdatum minimaal 4 weken voor levering is opgevoerd in de TMT worden als eerste verwerkt, overige bestanden komen in de wachtrij terecht. Het is derhalve van groot belang de TMT goed bij te houden en tijdig aan te geven wanneer u welk deelgebied aanlevert. Naast tijdig inplannen heeft het voordelen om uw deelgebieden gefaseerd aan te leveren.

    Mythe 10 inplannen levering

    Tijdig inplannen van leveringen 

    Na aanlevering controleert het SVB-BGT uw bestanden op juistheid. Deze controlefabriek houdt rekening met een grotere toestroom van bestanden in het najaar (zie het nieuwsbericht van het SVB-BGT over opschalingen).

    Een tijdige aankondiging en geleidelijke aanlevering van bestanden bevordert echter de doorstroom van bestanden in de controlefabriek.

    • Houd daarom de TMT goed bij met de juiste informatie en een planning per deelgebied. Overleg daarbij met uw transitieregisseur over een reële planning en vraag naar de laatste stand van zaken rondom inhoudelijke en technische kwesties.
    • Een week voordat het SVB-BGT uw geplande levering verwacht, nemen zij telefonisch contact met u op om de exacte dag voor levering af te stemmen.
    • Lever uw bestanden daarna op de overeengekomen aanleverdatum aan via het BRAVO-portaal, om de verschillende controle-stappen te doorlopen. Het SVB-BGT plant uw bestand in en controleert uw bestand vervolgens binnen 10 dagen.
    • Lees hier meer over het inplannen, aanleveren en controleren van bestanden.

    U kunt uw afgeronde deelgebieden altijd aanleveren. Geplande leveringen, die minstens 4 weken vooraf in de TMT zijn opgevoerd, hebben echter nadrukkelijk voorrang. Zo werken we samen aan een soepel verloop van de laatste fase van de transitie. 

    Gefaseerd aanleveren van deelgebieden

    Er zijn bronhouders die hun deelgebieden in één keer aan willen leveren (bron: monitorrapportage maart). Het heeft echter de voorkeur om bestanden per deelgebied aan te leveren. Uw bestand moet nog worden gecontroleerd, waarna vaak nog correcties nodig zijn. Het voordeel van gefaseerd aanleveren is dat u lering kunt trekken uit eerdere controles en correcties. Hierdoor is bij een volgende levering de kwaliteit van uw bestand hoger. Daarmee verkleint u de kans op extra aanpassingen en extra werk. Bovendien verkort deze werkwijze de doorlooptijd van het controleproces.



    Mythe 9: “Bestaande inhoud van de kaart hoeft niet allemaal meteen in de BGT”

    Dit is een misverstand. Alle objecten die vóór de BGT reeds werden ingewonnen en volgens het informatiemodel tot de BGT behoren, behoren op 1 januari 2016 meteen al in de BGT te worden opgenomen, in de omschreven taal en classificaties van de BGT. Dit betreft bijvoorbeeld huisnummers, adressen en taluds. Deze moeten meteen in de BGT worden opgenomen als deze reeds in de GBK(N) van een bronhouder was opgenomen. 

    Transitie in twee tranches: eerst bestaande inhoud, dan overige kenmerken overeenkomstig het informatiemodel BGT

    De transitieperiode voor de BGT is ingedeeld in twee tranches. De eerste tranche loopt tot 1-1-2016; de tweede eindigt op 1-1-2020. Deze fasering is ingesteld om het mogelijk te maken de kosten en inspanningen over een langere periode te kunnen verdelen.  Hier horen verschillende afspraken bij over het beschikbaar stellen van topografische data.

    Bestaande inhoud van de kaart moet allemaal meteen per 1 januari 2016 in de BGT

    Eerste tranche: BGT met tenminste huidige inhoud

    De definitie van de eerste tranche is: “Op 1 januari 2016 is er een BGT waar ten minste de huidige inhoud van de bestanden bij bronhouders is omgezet naar een landsdekkend bestand in de taal van de BGT.”

    Dit houdt in dat alle informatie die al ingewonnen werd door de bronhouders ook moet worden meegenomen in de BGT, zij het met een vertaalslag naar de voorgeschreven classificatie. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van huisnummers, taludsymbolen en kruinlijnen. Deze objecten zijn bij veel bronhouders voorbeelden van reeds bekende topografische informatie en moeten om die reden opgenomen worden in de BGT tijdens de eerste tranche. Mocht dit tijdens initiële leveringen nog niet zijn gebeurd dan kan dit nadien als mutatie worden opgenomen.

    Zijn er objecten die u als bronhouder nooit eerder heeft ingewonnen? Dan bent u niet verplicht deze tijdens de eerste tranche (tot 1-1-2016) al direct in te winnen. De inhoud die volgens het informatiemodel wel tot de BGT behoort, maar traditioneel niet werd ingewonnen kan in de tweede tranche (tussen 1-1-2016 en 1-1-2020) worden toegevoegd. In de eerste tranche gaat het nadrukkelijk om de reeds beschikbare topografische informatie.

    Tweede tranche: BGT met overige verplichte kenmerken in het informatiemodel

    In de tweede tranche moeten ook de overige kenmerken ingewonnen worden die in het informatiemodel als verplicht zijn aangemerkt. Hier geldt nadrukkelijk dat deze alleen gedurende de tweede tranche mogen worden ingewonnen, voor zover deze niet reeds op de plank liggen. Nadere specificaties in het informatiemodel zijn hiermee ondergeschikt aan de spelregel dat huidige bekende topografische informatie tijdens de eerste tranche moet worden opgenomen in de BGT.

    Meer lezen?

    In een nota van de stuurgroep BGT wordt beschreven op welke wijze de eerste tranche is ingericht en wordt de bestaande definitie uitgelegd. Ook is in de gegevenscatalogus BGT van Geonovum informatie opgenomen over de verplichte onderdelen van de BGT. Tot slot vindt u op site van Geonovum informatie over het IMGeo-model en de werkafspraken daarbij.



    Mythe 8: “Aanleveren van huisnummers is niet verplicht en mag ook later”

    Dit is een misverstand. Huisnummers en huisnummerreeksen maken in 2016 al onderdeel uit van de verplichte inhoud van de BGT. Alle gegevens die vóór de BGT al werden ingewonnen, zoals huisnummers, moeten verplicht aangeleverd worden. We willen immers niet dat gebruikers noodzakelijke inhoud gaan missen.

    Minimale eis BGT: gegevens aanleveren die vóór de BGT ook al werden ingewonnen

    Cartoon Mythe 8 huisnummers

    Gemeenten zijn bronhouder van huisnummers en hadden een GBK(N) en een BAG als authentieke bron van huisnummers. De eis voor 1-1-2016 is dat minimaal de grootschalige topografie die vóór de BGT werd ingewonnen in de BGT moet worden opgenomen in BGT-formaat. Meer dan dat mag. Zie de nota van de stuurgroep BGT.

    Huisnummers zijn een typisch geval van gegevens die reeds vóór de BGT werden ingewonnen. Als het om huisnummers of huisnummerreeksen gaat is het antwoord dus simpel: het is verplichte inhoud voor 2016 en moet worden geleverd door de gemeente als bronhouder. We willen namelijk niet dat gebruikers noodzakelijke inhoud gaan missen: huisnummers zijn van groot belang voor de oriëntatie en daarmee de bruikbaarheid van BGT-kaartproducten.

    Optionele relatie pand-huisnummer ≠ optionele aanlevering huisnummers

    Er is wat verwarring ontstaan rondom de aanlevering van huisnummers, doordat in de IMgeo-standaard de relatie pand-huisnummer als ‘optioneel’ is gemodelleerd. Dit is echter gebeurd omdat niet elk pand in de BAG ook een adres heeft (denk bijvoorbeeld aan bijgebouwen). Dit betekent echter niet dat huisnummers daarmee optioneel zijn: als ze aanwezig zijn in de BAG moeten ze worden overgenomen in de BGT. Anders gezegd, het doet niets af aan de wettelijke verplichtingen om bestaande inhoud te leveren.

    Controle op huisnummers en huisnummerreeksen door SVB-BGT

    Om deze reden controleert het SVB-BGT sinds kort ook bij intake van nieuwe leveringen op de aanwezigheid van huisnummers. Bij enkele al in de Landelijke Voorziening aanwezige leveringen zaten om technische redenen nog geen huisnummers. SVB-BGT heeft afspraken gemaakt met betrokken bronhouders om deze op korte termijn toe te voegen.

    Werkafspraak nummeraanduidingsreeks

    In juli 2015 publiceert Geonovum op haar webpagina met werkafspraken BGT| IMGEO de werkafspraak ‘nummeraanduidingsreeks’, waarin op technisch niveau staat beschreven hoe er met huisnummers moet worden omgegaan.



    Mythe 7: “Afstemmingsprocedures met strokenbronhouders zijn onduidelijk”

    Dit is een misverstand. Eerder waren afstemmingsprocedures niet altijd helder, maar inmiddels zijn er goede afspraken gemaakt en kunnen regionale bronhouders volgens nieuwe afstemmingsprocedures afstemmen met de landelijke strokenbronhouders.

    Nieuwe overzichtelijke afstemmingsprocedures en helpdesk beschikbaar

    Aan het einde van 2014 bleek dat regionale bronhouders problemen ervoeren met de afstemming van grenzen met strokenbronhouders. Dit bleek ook uit een notitie en de enquête van begin 2015. Veel bronhouders zagen in de afstemmingsproblemen een planningsrisico.

    Mythe 7 Afstemmingsprocedures met strokenbronhouders zijn onduidelijk

    Deze signalen zijn opgepakt door het SVB-BGT en de landelijke (stroken-) bronhouders. Gezamenlijk hebben zij verschillende maatregelen genomen om de afstemming met buurbronhouders te verbeteren. Er zijn nieuwe overzichtelijke procedures voor de wijze van afstemming en voor de invulling van Ongeclassificeerde Objecten (OCO’s). Rijkswaterstaat heeft daarnaast een helpdesk (servicedesk-data@rws.nl) geopend in aanvulling op de reguliere contacten via de transitieregisseurs.

    De nieuwe afstemmingsprocedures worden regelmatig geëvalueerd en waar nodig bijgesteld om het afstemmingsproces te blijven verbeteren.

    Afstemmingsprocedure in de nieuwe digitale handleiding van het SVB-BGT

    Het nieuwe afstemmingsproces met strokenbronhouders is inzichtelijk gemaakt middels een visualisatie. Hieruit is stap voor stap af te lezen op welke wijze de afstemming met strokenbronhouders volgens de nieuwe werkwijze behoort te verlopen. Deze visualisatie en de afzonderlijke afstemmingprocedures met alle verschillende (stroken)bronhouders zijn te vinden in de nieuwe digitale handleiding van het SVB-BGT onder de Tweede Etappe: Opbouwen en Afstemmen.

    Inhoud van de afstemmingsprocedure

    In de digitale handleiding van het SVB-BGT vindt u een duidelijk overzicht van de wijze waarop regionale bronhouders vanaf nu tegen de grenzen van (stroken) bronhouders aan kunnen werken. Per landelijke bronhouder zijn de geldende regels te raadplegen. Op Mett zijn daarnaast (indicatieve) bronhoudersgrenzen gepubliceerd, die als hulpmiddel dienen om de grenzen te bepalen. Informatie over de kaartenmodule in Mett en het gebruik ervan vindt u hier.

    In de nieuwe afstemmingsprocedure kunnen buurbronhouders bovendien voor zowel de grenzen van RWS als van Prorail issues indienen via de kaartmodule in Mett. Is een grens aantoonbaar incorrect, dan kan dit worden aangegeven en wordt dit issue vervolgens beoordeeld door het SVB-BGT, Prorail of RWS. Conform assemblagerichtlijnen worden issues goed- of afgekeurd. Voor RWS objecten zijn er inmiddels ook verbeterde assemblageregels vastgelegd in de ‘Instructie voor Opbouw en Assemblage’.



    Mythe 6: "Uitbesteden betekent dat je achterover kunt leunen"


    Dit is een misverstand. Ook als u werk uitbesteedt, ongeacht of dit aan het SVB-BGT is of aan een andere partij, is het zaak uw rol als opdrachtgever goed in te vullen.

    Goed opdrachtgeverschap bij ontzorging door het SVB-BGT of een andere partij

    Mythe 6: Uitbesteden betekent dat je achterover kunt leunen

    Zowel tijdens de transitie als tijdens het beheer van de BGT, kunt u er als bronhouder voor kiezen om opbouw- en bijhouding uit te besteden. Een deel van de bronhouders heeft daarvoor gekozen, en wordt gefaciliteerd door het SVB-BGT of een andere partij. Goed opdrachtgeverschap is hierbij belangrijk. Bronhouders blijven zelf natuurlijk een belangrijke rol spelen in de wijze waarop de BGT wordt gebouwd binnen de eigen grenzen.

    Dit betekent dat u een duidelijke opdracht geeft, en daarbij goed weet wat u vraagt en welke mogelijkheden er zijn. Ook bent u als bronhouder verantwoordelijk om bewuste keuzes te maken inzake nauwkeurigheid en registratie van optionele objecten. Tot slot bent u als bronhouder ook eindverantwoordelijk voor een goede afstemming met andere bronhouders.

    Opdrachtgeverschap aan softwareleveranciers

    Ook op het gebied van de software is het belangrijk om de regie te houden, zeker wanneer de ICT-leverancier de meeste implementatie-activiteiten uitvoert. Er zijn verscheidene softwareleveranciers bezig met de ICT voor de BGT, voor zowel de opbouw, levering als mutaties. Als bronhouder is het belangrijk dat u duidelijke specificaties geeft, weet wat u vraagt en wanneer het gevraagde voldoet aan de juiste eisen.

    Het nieuw gepubliceerde Referentiemodel ICT-BGT helpt om bepaalde keuzes voor software te verhelderen en de gesprekken met leveranciers vorm te geven. Duidelijke afspraken met leveranciers zorgen ervoor dat de gewenste ICT wordt geleverd.

    Goed opdrachtgeverschap staat aan de basis van een succesvolle uitbesteding!



    Mythe 5: "Als je IMGeo wilt aanleveren, moet je dit meteen doen bij de eerste levering"

    Dit is een misverstand. Bronhouders die meer objecten willen registreren dan de wettelijk verplichte objecten, kunnen dit ook tijdens de beheerfase doen. Lees hieronder hoe dit zit.

    Plustopografie aanleveren is niet verplicht

    Het Informatiemodel Geografie (IMGeo) beschrijft hoe objectgerichte informatie moet worden vastgelegd. IMGeo bestaat uit een wettelijk verplicht deel (IMBGT) en een optioneel deel, de zogenaamde plus- en beheertopografie. Iedere bronhouder kan zelf bepalen of hij enkel de wettelijk verplichte objecttypes registreert of ook de plustopografie. Informatie over de actuele standaarden van verplichte en optionele topografie is te vinden op de website van Geonovum.

    Aanleveren plustopografie mág bij de eerste levering, maar kan ook tijdens de beheerfase

    Mythe 5 cartoon

    Een groot deel van de bronhouders geeft aan dat ze plustopografie wil gaan registeren. De aanlevering van plustopografie mag en kan gelijk bij de eerste levering, maar hoeft niet. De wettelijk verplichte BGT kan ook naderhand worden aangevuld en verrijkt met de optionele IMGeo informatie door middel van mutaties. U zult zelf moeten kiezen of u het inbedden van plustopografie al meteen bij de start van de BGT toepast, of pas tijdens de beheerfase.

    Rekening houden met beheer 

    Houd er wel rekening mee dat de plustopografie ook bijgehouden moet worden, zodra deze is aangeleverd. Als plustopografie vanaf de eerste levering meegenomen wordt, zal er dus ook in het begin van de beheerfase al meteen meer bijwerking nodig zijn om actuele gegevens te borgen.

    Krap in uw planning?

    Zit u krap in uw planning, kan het verstandig zijn om de plustopografie pas tijdens de beheerfase te registeren. In de mijlpalenplanning kunt u zien in welke fase van de transitie u zit en welke voortgang er van u wordt verwacht. Deze planning geeft u een goed beeld of u op de goede weg bent om de finish tijdig te halen en of er nog ruimte is om het optionele deel van IMGeo meteen al in te passen.

     

     

    Mythe 4: “Je moet wachten op andere bronhouders of op software om op te bouwen of te leveren.”

    Dit is een misverstand. Als u nog niet begonnen bent met opbouwen of leveren van de BGT, is er geen reden om in 2015  langer te wachten. 

    Mythe 4 Niet wachtenWaarom beter niet wachten?

    Uit de lessen en successen van de kopgroep blijkt dat het starten met kleine, behapbare stappen helpt bij het effectief realiseren van de BGT. Klik hier voor de brochure '12 tips om meteen aan de slag te gaan', met alle lessen en successen van de kopgroep.

    Software is klaar

    Tijdens het proefdraaien in de eerste helft van 2014 is gebleken dat alle software leveranciers technisch in staat zijn om initiële leveringen te doen. Ook met de (bèta) versies die toen in ontwikkeling waren. Wachten is niet nodig, zo benadrukten de ketenpartners, geo-bedrijven en koplopers al in december. Klik hier voor het hele bericht.

    Omgang met buurbronhouders en strokenhouders

    Met buurbronhouders kunt u afspraken maken over uw samenwerking. Er zijn veel voorbeelden van succesvolle samenwerking in het land. Een aantal daarvan zijn te vinden onder BGT in de media.

    Daarnaast kan het SVB-BGT u helpen met de afstemming met landelijke (stroken)bronhouders. Zo is er bijvoorbeeld een bericht gepubliceerd over de omgang met grenzen van ProRail. Dit bericht vindt u hierU kunt daarnaast terecht bij uw transitieregisseur en bij de Transitiedesk

    Ligt u op schema?

    In de mijlpalenplanning kunt u lezen welke stappen op welk moment gezet moeten zijn. U kunt dat zien als een referentiekader om uw eigen BGT op te bouwen.

     


     

    Mythe 3: “Je hebt automatisch berichtenverkeer nodig om te kunnen muteren.”

    Dit is een misverstand. Muteren kan nu al handmatig, door middel van het uploadloket naar BRAVO en de Controleservice. Lees hieronder hoe het wel zit, en waarom het raadzaam is om alvast te starten met handmatig muteren op basis van bestandsuitwisseling.

    Hoe het wel zit: Muteren kan al met wat er nu is

    De BGT-keten heeft al sinds juli 2014 de functionaliteit om handmatig mutaties aan te leveren. Dit gaat op basis van bestandsuitwisseling. Dat betekent concreet dat je als bronhouder handmatig een mutatie als bestand upload naar het BRAVO-portaal en de Controleservice. In het BRAVO-portaal kun je vervolgens de status ervan volgen. Ook kunnen bronhouders sinds november 2014 de doorgevoerde mutaties van naburige bronhouders volgen. Hun mutaties kunnen worden opgehaald als downloadbaar bestand en vervolgens worden ingelezen in het eigen BGT-systeem.

    mythe 4

    Geautomatiseerd berichtenverkeer is dan ook niet noodzakelijk om te kunnen muteren. Het is nadrukkelijk een extra en niet-verplichte voorziening voor bronhouders en vooral nuttig voor bronhouders die met grote aantallen mutaties en een hoge mutatiefrequentie te maken hebben. 

    Vergelijk geautomatiseerd berichtenverkeer met een Rolls Royce en handmatige bestandsuitwisseling met een degelijke middenklasser. Met beiden kun je prima van A naar B komen, maar de middenklasser is er al en doet het, de Rolls Royce komt later.

    De implementatie van geautomatiseerd berichtenverkeer is momenteel nog in ontwikkeling binnen de BGT-keten. Naar verwachting kunnen leveranciers er in het 2e kwartaal van 2015 mee gaan testen. 

    Om als bronhouder op tijd klaar te zijn is het daarom raadzaam te starten met muteren op basis van bestandsuitwisseling en niet te wachten op geautomatiseerd berichtenverkeer.

    Meer informatie: Wilt u meer weten over het verschil tussen handmatig muteren en automatisch berichtenverkeer? In hoofdstuk 4 van de bijgewerkte berichtenstandaard is het verschil tussen beide mogelijkheden in meer detail beschreven.

     



    Mythe 2: “We kunnen 1 januari 2016 toch niet halen.


    Dit is een misverstand. Alle bronhouders kunnen deze deadline halen. Lees hieronder hoe het wel zit.

    Cartoon mythe 2:Waarom 1 januari 2016 wél haalbaar is:

    Uit de lessen van de koplopers blijkt dat het zeker mogelijk is om de BGT te maken, en er is ook nog voldoende tijd om dat te doen. Daarbij is het wel belangrijk dat u als bronhouder bezig bent, of snel aan de slag gaat. Dan kunt u - met of zonder ondersteuning -  op tijd klaar zijn. Er staat in ieder geval een heleboel ondersteuning voor u klaar.

    • In deze fase is het omzetten van uw huidige kaartmateriaal naar de BGT-taal en afstemming met buurbronhouders genoeg. Meer dan dat mag, maar is niet verplicht. Na 1-1-2016 heeft u nog de tijd om verder te bouwen aan de BGT. 
       
    • Uit de monitoring van SVB-BGT en IenM blijkt dat een groot deel van de bronhouders op de goede weg is (zie de monitorrapportage). Als u als bronhouder nog niet bent begonnen raden wij u aan dat zo snel mogelijk wel te doen.
       
    • De keten is operationeel en er kan aangeleverd worden. In een gezamenlijke boodschap benadrukken de BGT-ketenpartners, GeoBusiness Nederland en leveranciers dat er nu al aangeleverd kan worden en dat de BGT-software om dit te doen al beschikbaar is. Beginnen met de opbouw levert het beste resultaat.
       
    • Het SVB-BGT helpt u door aan te geven welke stappen u opeenvolgend kuntzetten om de BGT te kunnen maken (zie in 4 etappes naar de BGT). Uw transitieregisseur kan u daarbij ook helpen. U kunt ervoor kiezen het SBV-BGT de transitie voor u te laten doen. Als u de transitie zelf wilt doen kunt u ook leren van de koplopersgroep, door hun lessen en successen in de "12 tips om meteen aan de slag te gaan" te lezen.
       
    • Op BGTweb staan daarnaast allerlei documenten die u verder kunnen helpen.
      De contactgegevens van uw transitieregisseur en de transitiedesk, waar u terecht kunt met al uw vragen over de transitie, kunt u vinden op de
      website van het SVB-BGT

     



    Mythe 1: “Grote objecten ‘in de echte wereld’ zoals het IJsselmeer, de A12 of de Betuweroute zijn één object in de BGT.”

    Dit is een misverstand. Lees hieronder hoe het wel zit, en hoe om te gaan met die grote objecten in de BGT.

    Mythe 1: Grote objecten in de BGT

    Hoe het wel zit:

    De BGT is bedoeld als grootschalige toepassing. Dit betekent dat objecten gedimensioneerd moeten worden op een schaalniveau dat bij de aard en bedoeling van de BGT. Hoewel dit in het informatiemodel duidelijk beschreven staat (zie de BGT gegevenscatalogus 1.1.1., paragraaf 2.7), bestaan er desondanks toch nog wel eens misverstanden over.

    Hoe om te gaan met grote objecten in de BGT:

    Een object als de rijksweg A12 is veel te omvangrijk voor gebruik in een grootschalige toepassing. Om die reden wordt een weg opgeknipt in wegdelen, die een veel kleinere omvang hebben en zo ook beter hanteerbaar zijn in de bijhouding. Dit betekent dus: grote objecten opknippen tot objecten een schaalniveau dat passend is voor grootschalige toepassing en langs logische grenzen. Voor de invulling hiervan heeft Geonovum de werkafspraak “(te) grote objecten” gepubliceerd op: http://www.geonovum.nl/documenten/werkafspraak-te-grote-bgt-objecten.  
     



    Binnenkort worden op deze pagina meer mythes gepubliceerd.