• Blogs
  • BGTweb
  • Mythe 15: “Plaatsbepalingspunten en de kenmerken die hieraan hangen zijn onbelangrijk”

Mythe 15: “Plaatsbepalingspunten en de kenmerken die hieraan hangen zijn onbelangrijk”

    BGTweb
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door BGTweb 447 dagen geleden

     

    Dit is een misverstand.  Plaatsbepalingspunten (PBP’s) bevatten voor sommige afnemers van de BGT essentiële informatie voor het uitvoeren van hun werk. Onder andere voor grondroerders zijn de kwaliteitskenmerken die aan PBP’s hangen van groot belang, bijvoorbeeld om schade aan kabels en leidingen bij graafwerkzaamheden terug te dringen. En juist voor dit soort maatschappelijke baten maken we de BGT met elkaar. Over het aanleveren van (kwaliteitsbeschrijvingen bij) BGT-objecten in de transitiefase zijn duidelijke afspraken gemaakt, maar wat zijn deze ook al weer?

    Waarom zijn er plaatsbepalingspunten?
    Anders dan bij zaakdossier-georienteerde basisregistraties, heeft de BGT niet de beschikking over brondocumenten. De brondocumenten zijn van belang als vastlegging van een gebeurtenis en als bron waaruit de gegevens worden overgenomen in de basisregistratie. Zo kan de herkomst van gegevens in een basisregistratie worden onderzocht. Ook voor de BGT is deze naspeurbaarheid van belang. Om dat te borgen is er voor gekozen om de plaatsbepalingspunten, die ten grondslag liggen aan de objecten in de BGT, ook in de BGT vast te leggen. Het is daarbij gewenst om van deze plaatsbepalingspunten een aantal gegevens vast te leggen. Indien dit niet zou plaatsvinden dan heeft de registratie van deze punten geen enkele waarde en zijn ze te vergelijken met blanco brondocumenten. Het is daarom noodzakelijk de plaatsbepalingspunten voor alle objectklassen vast te leggen als je de punten beschouwt in het licht van het belang van een volledig brondossier als grondslag voor de basisregistratie.

    Plaatsbepalingspunten, wat zijn het?
    Plaatsbepalingspunten zijn coördinatenparen waaruit de geometrie van een BGT object is opgebouwd. Een BGT-puntobject bevat altijd één plaatsbepalingspunt, een BGT-lijnobject minimaal twee en een BGT-vlakobject moet uit minimaal drie plaatsbepalingspunten bestaan. Dat betekent dat het er heel wat zijn; naar schatting van het Kadaster zal de BGT straks zo’n 1 miljard PBPs bevatten!

    Een PBP is echter meer dan alleen een coördinaatpunt; elk PBP bevat een aantal kwaliteitskenmerken welke iets zeggen over de nauwkeurigheid waarmee een lijn is ingewonnen. Daarom dienen onderstaande attributen voor elk PBP te worden ingevuld.

    Attribuut Definitie
    Identificatie Uniek identificatienummer voor het plaatsbepalingspunt dat onveranderlijk is zolang dit punt bestaat.
    Nauwkeurigheid

    Gerealiseerde geometrische nauwkeurigheid van de geometrie van het

    object ten opzichte van de werkelijkheid, uitgedrukt in centimeters.
    Datum inwinning Datum waarop het punt is ingewonnen.
    Inwinnende instantie

    De organisatie die namens de bronhouder het plaatsbepalingspunt inwint. De inwinnende instantie kan de bronhouder zelf zijn of een andere bronhouder aan wie dit is gedelegeerd (zie ook link)

    Inwinningsmethode De wijze waarop het plaatsbepalingspunt is ingewonnen
    Geometrie Puntgeometrie (GM_Point).


    Maar waarom zijn ze nou zo belangrijk?
    Voor uitvoerders in het veld kan het van wezenlijk belang zijn om te weten of bijvoorbeeld de hoek van een gebouw een nauwkeurigheid van 1 cm heeft of dat een afwijking van 30 cm moet worden verondersteld. Dit is belangrijk voor netbeheerders om de geometrische ligging van de door hun beheerde kabels in de grond te kunnen bepalen. Maar ook voor het inpassen van nieuwe of gewijzigde BGT-objecten tijdens een meting in het veld is het belangrijk om de nauwkeurigheid te kennen waarmee aangrenzende objecten zijn ingemeten. Hoewel ú als bronhouder wellicht niet direct gebruik maakt van de attribuutgegevens van PBPs zijn ze voor andere afnemers van de BGT dus onmisbaar!

    image

    Om gebruikers van de BGT zo precies mogelijk te informeren over nauwkeurigheid, is er voor gekozen om de kwaliteitskenmerken van een meting aan PBP’s te koppelen in plaats van aan de BGT objecten. De lijnelementen waaruit objecten in de BGT bestaan kunnen immers op verschillende manieren zijn ingewonnen; zo kan één zijde van een gebouw bijvoorbeeld vanuit een luchtfoto zijn ingewonnen en de andere zijde door een terreinbezoek van de landmeter.

    Plaatsbepalingspunten, zijn ze verplicht?
    Plaatsbepalingspunten behoren tot de verplichte inhoud van IMGeo Dit betekent dat PBP’s (inclusief de daarbij behorende attribuutgegevens) in de 1e tranche van de transitie naar de BGT aangeleverd moeten worden mits de gegevens bij bronhouders beschikbaar zijn.

    Hoe zat het ook weer met die tranches?
    In 2011 hebben de bronhouders met elkaar afgesproken om de transitieperiode voor de BGT in twee tranches te verdelen. In de eerste tranche dienen bronhouders tenminste die informatie aan te leveren die ook voor de transitie naar de BGT al ingewonnen werd. Hiermee wordt gewaarborgd dat de BGT bij de eerste oplevering kwalitatief minimaal gelijk is aan de huidige grootschalige kaarten. Op die manier beschikken bijvoorbeeld de huidige gebruikers van de GBKN straks met de BGT ook over alle informatie die ze nu voorhanden hebben voor de uitvoering van hun taken. Objecten die als bronhouder nog niet eerder zijn ingewonnen kunnen na afronding van de transitie tot 2020 worden toegevoegd. Bent u als bronhouder nog met de 1e fase van de transitie bezig dan dient u PBP’s dus correct en volledig aan te leveren als u de informatie in uw bestanden heeft.

    Meer informatie over verplichte gegevens tijdens de transitie is te vinden in de Gegevenscatalogus BGT §4.3.1 Volledigheid objectkenmerken tijdens transitie.. Een nadere uitleg van de 1e en 2e tranche staat in de nota Definitie BGT 1e tranche die in 2011 door de Programmastuurgroep BGT is opgesteld.