FAQ BGT – Kwaliteit

    BGTweb
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door BGTweb 339 dagen geleden

    Hieronder treft u enkele veelgestelde vragen over de kwaliteit van de BGT. Heeft u ook een vraag? Stel hem hieronder!

    Voorheen hadden kaarten afkomstig van het Kadaster zoals de GBKN en de Kadastrale kaart een kwaliteitskeurmerk.Heeft de BGT deze ook nog?
    De BGT bestaat uit objecten (punten, lijnen en vlakken) in plaats van lijnelementen, zoals ten tijde van de GBKN. Het kan hierdoor zijn dat een BGT object via meerdere methoden wordt ingewonnen. Dit komt bijvoorbeeld voor bij rijtjeshuizen: de voorgevel van het pand wordt tijdens een terreinbezoek van een  landmeter ingewonnen terwijl de achtergevel mogelijk wordt ingewonnen door een luchtfoto. Door deze verschillende manieren van inwinnen van informatie kan dan niet eenduidig gezegd worden welke kwaliteit het 'object' heeft. Daarom is bij het ontwerp van de BGT gekozen om deze informatie niet aan de objecten zelf op te hangen maar voor alle meetpunten van een BGT object een ‘plaatsbepalingspunt’ te definiëren. Aan dit punt kunnen wel kwaliteitskenmerken worden opgehangen.  

    Plaatsbepalingspunten, wat zijn dat?
    Plaatsbepalingspunten (PBP) zijn coördinatenparen waaruit de geometrie van een BGT object is opgebouwd. Een BGT-puntobject bevat altijd één plaatsbepalingspunt, een BGT-lijnobject minimaal twee en een BGT-vlakobject moet uit minimaal drie plaatsbepalingspunten bestaan. Dat betekent dat het er heel wat zijn; naar schatting van het Kadaster zal de BGT straks zo’n 1 miljard PBPs bevatten! Een PBP is echter meer dan alleen een coördinaatpunt; elk PBP bevat een aantal kwaliteitskenmerken welke iets zeggen over de nauwkeurigheid waarmee een lijn is ingewonnen. Daarom dienen onderstaande attributen voor elk PBP te worden ingevuld.

    Attribuut

    Definitie

    Identificatie

    Uniek identificatienummer voor het plaatsbepalingspunt dat onveranderlijk is zolang dit punt bestaat.

    Nauwkeurigheid

    Gerealiseerde geometrische nauwkeurigheid van de geometrie van het object ten opzichte van de werkelijkheid, uitgedrukt in centimeters.

    Datum inwinning

    Datum waarop het punt is ingewonnen.

    Inwinnende instantie

    De organisatie die namens de bronhouder het plaatsbepalingspunt inwint. De inwinnende instantie kan de bronhouder zelf zijn of een andere bronhouder aan wie dit is gedelegeerd (zie ook link)

    Inwinningsmethode

    De wijze waarop het plaatsbepalingspunt is ingewonnen

    Geometrie

    Puntgeometrie (GM_Point).

    Indien een plaatsbepalingspunt van een BGT object afkomstig is uit de GBKN, dienen de kwaliteitskenmerken van dit plaatsbepalingspunt overeen te komen met de oorspronkelijke kwaliteitskenmerken van het corresponderende lijnelement uit de GBKN.

    Waar worden plaatsbepalingspunten voor gebruikt?
    Plaatsbepalingpunten zijn niet voor iedereen interessant. Je kan er bij het downloaden van een BGT-extract via PDOK dan ook voor kiezen om deze gegevens niet te krijgen. Dat maakt het BGT-bestand een stuk kleiner.

    Voor een aantal gebruikers zijn plaatbepalingspunten echter wel belangrijk. Voor uitvoerders in het veld kan het van wezenlijk belang zijn om te weten of bijvoorbeeld de hoek van een gebouw een nauwkeurigheid van 1 cm heeft, of dat een afwijking van 30 cm moet worden verondersteld. Netbeheerders bijvoorbeeld gebruiken de informatie over de gebruikte inwinningsmethode en de nauwkeurigheid voor het intekenen van netbeheerdersassets, zoals kabels en leidingen, in beheerkaarten. De geometrische kwaliteit van de nieuwe of gewijzigde objecten van de BGT is afhankelijk van de punten die gebruikt zijn voor de aansluiting/inpassing in de BGT. Ook voor het inwinnen van BGT mutaties door de bronhouder is het relevant om te weten wat de meetkwaliteit is van de oude en/of aangrenzende objecten.

    Wat is de actualiteit van objecten in de BGT?
    De bronhouders zijn verantwoordelijk voor de bijhouding van de BGT objecten. Mutaties worden dagelijks verwerkt in de landelijke voorziening (LV) van de BGT en in PDOK.

    Aan de actualiteit van de BGT objecten worden minimumeisen gesteld. Voor panden en wegen is de eis dat veranderingen binnen 6 maanden moeten zijn verwerkt, voor andere objecten is dit 18 maanden. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat de data van panden en wegen zo actueel mogelijk moeten zijn. Dit is bijvoorbeeld belangrijk voor de brandweer, die een actuele kaart nodig heeft wanneer zij moeten uitrukken. Anderzijds heeft dit te maken met de inwin- en verwerkingsperiode van de data. Panden en wegen kunnen via de landmeter worden ingewonnen, die minimaal één keer in de drie maanden op pad gaat. Vervolgens heeft de bronhouder drie maanden de tijd om de wijziging in de Landelijke Voorziening te verwerken.  Overige objecten, bijvoorbeeld een weiland, worden veelal ingewonnen met luchtfoto’s. Deze luchtfoto’s worden meestal maar één keer per jaar gemaakt. Hierna volgt een nabewerkingslag en het signaleren van mutaties. De maximum termijn voor deze objecten is dan ook gesteld op 18 maanden. In de gegevenscatalogus kun je meer lezen over alle kwaliteitseisen van de BGT. Het staat de bronhouder uiteraard vrij om de BGT vaker te actualiseren.

    BGT-object

    Actualiteit van object in maanden

    Wegdeel

    6

    Ondersteunend wegdeel

    18

    Spoor

    18

    Onbegroeid terreindeel

    18

    Begroeid terreindeel

    18

    Waterdeel

    18

    Ondersteunend waterdeel

    18

    Pand

    6

    Overig bouwwerk

    18

    Overbruggingsdeel

    6

    Tunneldeel

    6

    Overig Kunstwerkdeel

    18

    Scheiding

    18

    Functioneel gebied

    18

     

    IMGeo-object         

    Actualiteit van object in maanden

    Spoor

    24

    Overig bouwwerk

    24

    Kunstwerkdeel

    24

    Scheiding

    24

    Gebouwinstallatie

    24

    Inrichtingselement

    24

    Vegetatie object

    24

    Functioneel gebied

    24

    Registratief gebied

    24

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers