• Publicaties
  • Ruimtelijke ordening | De BGT is de ideale onderlegger

Ruimtelijke ordening | De BGT is de ideale onderlegger

  • iedereen (publiek zichtbaar)

Fokke PlantingaDe sector Ruimtelijke Ordening heeft aardig wat ervaring met de overgang van analoog naar digitaal. Elf jaar geleden werd daar al mee begonnen, en sinds een kleine twee jaar worden alle nieuwe ruimtelijke plannen volgens een wettelijke verplichting digitaal. Wat kan de BGT daar nog aan toevoegen? Fokke Plantinga, adviseur digitalisering bij Buro Vijn, deelt graag zijn visie.

Welke nieuwe mogelijkheden biedt de BGT straks aan de RO-sector?
‘Een bestemmingsplan maak je altijd op een bepaalde ondergrond,’ legt Fokke uit. ‘Die ondergrond halen we uit de GBKN, en tijdens bijvoorbeeld het vaststellen van een bestemmingsplan fixeren we deze op dat moment. Die kaart uit de GBKN is je basis, je referentie. Ook al maakt die formeel geen deel uit van je  bestemmingsplan, een gemeente moet te allen tijde de ondergrond kunnen tonen die is gebruikt tijdens het vaststellen.

Probleem is dat op de kaarten uit de GBKN copyright rust. Die mogen we dus niet openbaar maken, terwijl een bestemmingsplan dat nou juist wel is. Straks hebben we daar geen last meer van: dan leggen we eenvoudig een link naar de BGT. Op basis van een peildatum is daar heel gemakkelijk de uitgangssituatie terug te vinden waarop we ons bestemmingsplan baseren.’

Wat zie je nog meer als voordelen van de BGT?
Fokke: ‘Je kunt enorm veel informatie halen uit de BGT en overige basisregistraties. Bovendien is die  informatie actueel en betrouwbaar. Dat betekent dat wij in het voortraject van een bestemmingsplan niet meer langs allerlei verschillende partijen hoeven te gaan om informatie te verzamelen over een bepaald gebied. Wij kunnen dus sneller en beter onze bestemmingsplannen en structuurvisies maken. Bovendien kunnen we objecten uit de BGT hergebruiken in onze plannen. Ook dat scheelt een hoop tijd en geld.’

Welke invloed heeft de digitalisering op het vakgebied van ruimtelijke ordening?
‘Door de digitalisering is het ambacht van het tekenen van kaarten helaas bijna helemaal verdwenen,’ vertelt Fokke. ‘Nu alles met de computer gebeurt, zijn kaarten geen kunstwerkjes meer. Je kunt niet meer zien wie welke kaart gemaakt heeft. Feit is wel dat we nu veel sneller kunnen werken. Tegelijk wordt de vraag naar informatie groter, omdat het aanbod ook groter wordt. Verder vragen de digitale ontwikkelingen om een andere manier van denken: we moeten steeds meer in objecten gaan denken. Kaarten gaan we opbouwen vanuit een specifiek object: van klein naar groot. Terwijl we gewend zijn om van groot naar klein te denken.’

Wat verwacht je van de BGT voor gemeenten?
‘Bij gemeenten is het kaartbeheer vaak ondergebracht bij het specifieke werkveld, zoals groenbeheer of wegbeheer. Dat wordt straks gecentraliseerd in de BGT. Enerzijds prettig: dan kan een groenbeheerder zich weer op zijn kerntaak richten. Maar die omslag kost tijd en geld. Zeker voor een kleine gemeente is
dat een uitdaging. Daarom is uitbesteden verstandig. Of, nog beter, samenwerken met andere gemeenten.’ Glimlachend besluit Fokke: ‘Misschien zien gemeenten nu de toegevoegde waarde van de BGT nog niet, maar die gaan ze zeker zien als de BGT er eenmaal is. Daar ben ik van overtuigd.’